|
|
MUSEUM VAN DE JAARMARKTEN |
|
|
|||
|
|
De Stichting Museum van de Jaarmarkten (in de regio Castilië en Leon) heeft als voornaamste opdracht het cultureel patrimonium van deze stad te bewaren, permanent tentoon te stellen en bekend te maken. Hiervoor wordt teruggegaan naar de wereld van de grote jaarmarkten uit de XVe en XVIe eeuw die nationale en internationale faam genoten en een beslissende invloed hadden op het ontstaan van het moderne bankwezen. Daarvoor wordt getracht een beeld te geven van de invloed die handelsactiviteiten hadden en nog hebben op economie, cultuur en kunst in de samenleving. De tentoongestelde stukken zijn afkomstig van de Stichting Simón Ruiz, in 1597 gesticht door deze handelaar en bankier, van kerken en kloosters in Medina del Campo en van verschillende culturele instellingen uit onze regio. Daaronder bevinden zich zeer waardevolle kunstwerken en zeer belangrijke historische documenten, meestal onbekend bij het grote publiek.
Algemeen wordt aangenomen dat Don Fernando de Antequera in het eerste decennium van de XVe eeuw de Jaarmarkten van Medina del Campo stichtte. Net zoals in Cuéllar, Medina de Rioseco en Villalón, hadden deze aanvankelijk een adellijk karakter. Uit 1421 stammen de eerste Ordenanzas de Aposentamiento de Feriantes (verordeningen over de standplaatsen van de handelaars) uitgevaardigd door Doña Leonor, gemalin van Don Fernando en toenmalige Vrouwe van Medina. Dankzij deze weten we waar in de XVe eeuw iedere handelaar zich met zijn koopwaar opstelde in de destijds met portieken overwelfde straten van het handelscentrum. De hele eeuw door genoten de jaarmarkten de niet aflatende steun van de verschillende vorsten met als hoogtepunt hun erkenning door de Katholieke Koningen in 1491 als Algemene Jaarmarkten voor het Koninkrijk. In een eerste periode waren deze jaarlijkse bijeenkomsten, telkens in mei en oktober, vooral vrijhandelsmarkten voor allerlei producten maar gaandeweg groeiden ze uit tot samenkomsten met een overwegend financieel karakter. Niet enkel handelaars uit Burgos, Sevilla en Catalonië komen erop af maar ook vertegenwoordigers van de grote bankiers uit Antwerpen, Lyon, Genève, Florence en Lissabon. Daardoor verdwijnen de handelaars uit de beginperiode naar het achterplan en komen zakenlui, wisselagenten en bankiers op het voorplan. Deze endosseren kredietbrieven, sluiten grote contracten, voeren betalingen uit, sturen waarschuwingsberichten en houden zich vooral bezig met het verhandelen van wisselbrieven. Vanaf de tweede helft van de XVIe eeuw ontstaat een economische teruggang, mede omwille van de enorme schuldenberg door de Kroon opgestapeld. Deze veroorzaakt uitstel en afstel van betalingen en die leiden naar de uiteindelijke ondergang in 1594. Deze toestand, samen met de breuk in de commerciële as met Vlaanderen, de overbrenging van het Hof naar Madrid en nog enkele andere factoren, betekenen het einde van het financieel systeem en leiden naar de steile val van de Jaarmarkten van Medina. In een eerste afdeling van het Museum wordt dit alles aanschouwelijk voorgesteld door een verzameling van stucwerken afkomstig uit het Koninklijk Paleis, dat zowel door Fernando de Antequera als door de Katholieke Koningen werd uitgebreid; en ook door middel van verschillende documenten met betrekking tot de voornaamste gebouwen en instellingen van Medina, zoals een openbare afkondiging naar aanleiding van het optrekken van de derde stadsomwalling, de pauselijke bul over de stichting van de Collegiale kerk en ook nog het zegel van haar kapittel.
In het begin zorgt de wolhandel, later gevolgd door de handel in laken, tapijten, zijde, kant en borduurwerk ervoor dat Medina del Campo het belangrijkste Castiliaanse centrum van de textielhandel wordt. Omwille van zijn natuurlijke ligging wordt Medina de ontmoetingsplaats voor de rondreizende handelaars in ruwe wol uit de noordelijke Spaanse hoogvlakte. In verband met de handel in afgewerkte producten, vooral laken, zijde en linnen kunnen we stellen dat deze gedurende een langere periode het hoofdbestanddeel uitmaken van de handelsbetrekkingen met Castiliaanse steden, met het noorden van Europa, Vlaanderen, Frankrijk en Engeland, met Portugal, Aragon en de Nieuwe Wereld. Ter illustratie hiervan wordt in het Museum, naast nog andere stukken, een serie representatieve kantwerken uit deze periode van Castiliaanse, Vlaamse, Italiaanse afkomst getoond. Twee stukken uit de uitzonderlijke "driedelige kerkelijke gewaden" van de Collegiale Sint Antolín met borduurwerk in goud, zijde en fluweel, en het Koninklijk Banier van Castilië, bewerkt met karmozijn damast, dat in de stad uitgehangen werd tijdens de Blijde Inkomst van de nieuwe vorst.
DE KUNSTHANDEL Van de bloeiende handel in panelen, beeldhouwwerken, halfreliëfs en kunstwerken in het algemeen gedurende de XVIe eeuw getuigen de talrijke ingevoerde stukken die nu nog bewaard worden in vele Castiliaanse steden en dorpen. Uit Vlaanderen en de Lage Landen worden via de havens van de Cantabrische Kust grote ladingen weelderige voorwerpen aangevoerd. Hun verhandeling zorgt ervoor dat de Jaarmarkten van Medina één van de belangrijkste centra van het Iberisch Schiereiland worden voor de aankoop, verkoop en verspreiding ervan. Het bestellen of verwerven door een deel van de adel, kerkelijke overheden en grote figuren uit de financiële wereld, die hun verblijfplaatsen verfraaien met vernieuwende kunstwerken, gaat hand in hand met het verlangen van de middenklassen, handelaars, ambtenaren, priesters en geleerden en ook van de religieuze gemeenschappen die kunstwerken, vooral godsdienstige onderwerpen voor hun persoonlijke devotie, willen verwerven. Hierdoor verdwijnt de verfijnde smaak en in de plaats komt religieus seriewerk, vervaardigd in plaatselijke ateliers en meestal van lagere prijs en kwaliteit. Onder het grote mudejar gebinte dat de hoofdkapel van de voormalige Sint Maartenskerk overspant kunnen prachtige kunstwerken, die alle in verband staan met de voormalige Jaarmarkten, bewonderd worden: halfreliëfs ingevoerd uit Brabant, panelen uit o.a. Antwerpen, Brugge en Brussel. Daarnaast ook schilderijen van de Spaans-Vlaamse school uit Castiliaanse ateliers, vertegenwoordigers van de locale kunst. Opvallend zijn twee meesterwerken die deze ruimte beheersen: een halfreliëf de Pïëta voorstellend, onderdeel van een werk van Juan de Juni in 1575 besteld door de kapitaalkrachtige geldwisselaar Francisco de Dueñas. En, het enkele eeuwen oudere indrukwekkende albasten beeld, eerste in zijn soort, van bisschop Lope de Barrientos, in gebedshouding. Hij was een groot mecenas van zijn geboortestad en sleutelfiguur onder het bewind van Juan II.
Het zilverwerk Daarenboven was Medina del Campo, in de tweede helft van de XVIe eeuw één der voornaamste Castiliaanse centra voor zilverwerk en juwelen. De Medinese ambachtslui, die hun plaats hebben op de stoep van de juwelenwinkels op de Grote Markt en in de naburige zilverstraat, hanteren voortreffelijke technieken. Hiervan kunnen we de resultaten zien in bewaard gebleven stukken, gemerkt met het stadswapen als bewijs van herkomst. In het Medina van de XVIe eeuw zijn er ongeveer honderd van hen actief. Naast de plaatselijke ambachtslui zijn er ook zilver- en bronssmeden uit alle windstreken die zich naar aanleiding van de Jaarmarkten in de stad kwamen vestigen. Samen produceren en verhandelen ze stukken van onschatbare waarde. Daaronder vinden we er die bestemd zijn voor de cultus zoals processiekruisen, monstransen, kelken, wierookvaten en andere voor profaan gebruik : zoutvaatjes, schalen, kannen en nog veel meer. Kleine, maar zeer waardevolle stukken, bestemd voor een beperkt maar kapitaalkrachtig publiek, worden in grote hoeveelheden, zorgvuldig verpakt in kisten en koffers op de jaarmarkten aangevoerd. De opmerkelijkste stukken in deze afdeling van het Museum zijn de grote monstrans, in 1562 verguld in opdracht van het stadsbestuur, uit de Collegiale kerk van Sint Antolín en het Italiaanse reliekkruis dat door bisschop Juan Ruiz de Molina, groot mecenas van deze kerk, geschonken werd.
DE BOEKHANDEL In de XVIe eeuw zijn Salamanca en Medina del Campo de twee voornaamste centra van boekhandel in het koninkrijk Castilië. In beide steden worden eveneens twee nauw daarbij aanleunende activiteiten uitgeoefend te weten de productie en verspreiding van drukwerken. Medina del Campo is het grote handelscentrum met de belangrijkste boekhandelaars en met de grootse papieropslagplaatsen. Door de onderlinge contacten en de goed uitgeruste infrastructuur waarover de boekhandelaars beschikken wordt Medina ook het belangrijkste invoercentrum van buitenlandse boeken. Deze worden in katernen en ongebonden toegeleverd. Deze handel kent drie totaal verschillende periodes. Een eerste, van voorbijgaande aard, die we kunnen situeren tussen het einde van de XVe eeuw en 1540, waarin vooral occasionele boekhandelaars "enkel tijdens de jaarmarkten" actief zijn. Daarna volgt een periode van bloei tussen 1540 en 1590, als boekhandelaars uit Salamanca, Sevilla, Antwerpen, Lyon, Venetië, Rome, Keulen of Genua zich blijvend vestigen. Tenslotte in het laatste decennium van de eeuw kondigt zich de ondergang aan wanneer deze activiteit bijna volledig uit de stad verdwijnt. Alhoewel de boekdrukkunst in Medina del Campo niet het belang en de internationale uitstraling kent zoals dit het geval is met het verhandelen en verspreiden van boeken, mogen we haar toch plaatsen op het niveau van steden als Valladolid, Burgos, Zamora, Alcalá de Henares en Toledo die een lange traditie hebben op dit terrein. In het Museum zijn eerste drukken uit de XVIe eeuw, representatief voor het typografisch werk van de Medinese ateliers, tentoongesteld samen met drukwerk uit de grote Europese centra zoals Antwerpen, Lyon, Keulen, Venetië. Er zijn platereske boekbanden te bewonderen en ook nog een aantal gravures uit de overgangsperiode tussen de XVIe en XVIIe eeuw. Deze laatste van de hand van befaamde meesters als Antonio Tempesta, Johannes Wierix, Johan Stradanus, Otto van Veen, Adriaen Collart en Philipp Galle tonen aan dat er een bloeiende handel in gravures bestond op de Jaarmarkten van Medina del Campo.
VERSCHEIDENHEID VAN AMBACHTEN EN KOOPWAREN Deze klassiek geworden uitspraak over de Jaarmarkten van Medina del Campo verwijst naar de enorme verscheidenheid van koopwaren en ambachten op de markten van Medina. De tellingen van 1561 en 1597 leveren een grote diversiteit van ambachten en geven ons een hoog percentagecijfer van tewerkstelling in de stad. Uiteraard domineren, in deze volgorde, de kunstambachten, laken, leder, hout, metaal en bouw en die activiteiten die we nu de tertiaire sector zouden noemen zoals vervoer, ambtenaren, vrije beroepen enz. De landbouw daarentegen is slechts van ondergeschikt belang. In deze afdeling van het Museum worden voorwerpen van verschillende oorsprong en aard getoond. Dit om het belang te benadrukken niet enkel van de overzeese handel, Oosters ivoor en Namban kunst uit Japan, maar ook van de ter plaatse vervaardigde voorwerpen, keramiektegels en apothekerspotten, van stukken vervaardigd door rondreizende ambachtslui, klokken en tenslotte ook nog van andere werkstukken, uit Vlaanderen en Centraal Europa aangevoerd, zoals reliekhouders, de befaamde Mechelse handbellen en rituele schalen uit dinanderie (uit de Stad Dinant).
HET WISSELEN EN DE GELDMARKT Het wisselen en de markt van leningen met interest zijn de economische activiteiten die zich het sterkst ontwikkelen op de Jaarmarkten van Medina del Campo en die de stad een internationale uitstraling geven. Het wisselkantoor was heel eenvoudig ingericht : een rugbank en een lange plank als werktafel waarop, ten aanzien van iedereen, een weegschaal met de juiste gewichten stond. De boekhouding werd bijgehouden in een kasboek en een handboek. Debet en krediet werden opgemaakt en op lijsten, volgens naam en afkomst opgesteld, werden de berekeningen en de muntsoort ingeschreven. De ruimte waarin de bank en de wisselaars zich bevonden was afgesloten met kettingen, vastgemaakt aan zware zuilen of granieten pilaren, om botsingen met voorbijrijdende wagens en ruiters te voorkomen. De wisselbrief is de meest gangbare lening gedurende de XVe eeuw. Alhoewel er antecedenten kunnen gevonden worden in een ver verleden, wijst alles er toch op dat dit handelsinstrument rond het midden van de XIIIe eeuw in zwang kwam. In de XVe eeuw wordt het overal gebruikt en het is vooral op de Jaarmarkten van Medina dat het zijn grootse ontwikkeling en definitieve vorm krijgt. Dankzij de uitzonderlijke fondsen van het Archief van Simon Ruiz, dat meer dan 30.000 wisselbrieven telt die in omloop waren tussen 1553 en 1606, kunnen we in het Museum verschillende originelen van volmachten, aantekeningen van de Kroon en andere handelsdocumenten uit de XVIe eeuw met grote historische waarde tentoonstellen. De keuze van de documenten wordt daarbij regelmatig vernieuwd.
Een van de fundamentele instrumenten voor handel en ruil van goederen is een betrouwbaar systeem van maten en gewichten. De ongelijkheid in meten en wegen en de verscheidenheid van patronen en fracties zorgde voortdurend voor problemen waarvoor men een oplossing zocht door allerlei officiële beschikkingen vooral sinds de regering van "el Rey Sabio". De "fieles" en de "almotacén" waren stadsambtenaren belast met toezicht op maten, gewichten en officiële prijzen op de plaatselijke markten. In Medina del Campo wordt het "Openbaar Gewicht" ingesteld onder de Katholieke Koningen, hierdoor worden handelaars en wisselaars verplicht hun gewichten in ijzer, brons of messing voor iedereen zichtbaar uit te stallen. Uit dezelfde periode stamt ook het keurmerk van kwaliteitscontrole voor edele metalen, in voege getreden door de Verordening van Granada uit 1499. In het Museum zijn bijzondere stukken tentoongesteld zoals een collectie "jetons" of telkaarten (rekenpenningen), zonder betaalwaarde. Daarnaast weegschalen van wisselaars, bronzen gewichten met de wapens van Medina, Valladolid enz. Opmerkelijk zijn een stel ijzeren gewichten, daterend uit de XVIe eeuw en gemerkt met het Wapen van Medina, mogelijks het officieel merkteken van het stedelijk accijnskantoor. De verscheidenheid van munten zorgt eveneens voor problemen. Hieraan wordt een einde gesteld door de Koninklijke Verordening van Medina del Campo, uitgevaardigd in 1497 door de Katholieke Koningen. Naar aanleiding van het invoeren van de "doble ducado" en "excelente de la granada" worden de monetaire patronen van de verschillende koninkrijken van het Schiereiland unitair gemaakt en wordt een eenvormig stelsel van divisie aangenomen.
SIMÓN RUIZ ENVITO, PROTOTYPE VAN HANDELAAR BANKIER Omstreeks 1525 in Belorado (Burgos) geboren, vestigt hij zich rond het midden van de eeuw als groothandelaar invoerder in Medina del Campo. Hierdoor komt hij in contact met de grote Europese handelscentra. Zijn eerste stappen zet hij op het terrein van de schilderijenhandel tijdens de voornaamste jaarmarkten van Castilië. Van in het begin is hij zeer succesvol in al zijn activiteiten en wordt aldra een man met een aanzienlijk fortuin.Dit stelt hem in staat zijn professionele loopbaan een andere wending te geven. Hij wordt de man van vertrouwen in de geldhandel, steeds te vinden voor het wisselen van munten en allerlei andere financiële activiteiten. Gedurende zijn laatste levensjaren, hij overlijdt op 1 maart 1597, wijdt hij zich als groot mecenas volledig aan de bouw van het groot hospitaal, waarin alle voordien bestaande stedelijke hospitalen samengevoegd worden.Uit zijn legaat, dat we verwierven dankzij de inspanningen van de stichting die zijn naam draagt, kunnen we in het Museum, naast vele kunstwerken in andere afdelingen opgesteld, zijn portret en dat van zijn vrouw bewonderen. Beide schilderijen zijn afkomstig uit de kringen rond Juan Pantoja de la Cruz. Bovendien zijn hier ook verzameld : koffers en kistjes, voorwerpen afkomstig uit de hospitalen die met zijn instelling samensmolten. Daarnaast zijn ook nog te bekijken : persoonlijke en handelsdocumenten uit zijn rijk archief, een der belangrijkste in zijn soort ter wereld, zijn testament, de stichtingsoorkonde van het hospitaal, jaarmarktregisters, boekhoudkundige aantekeningen, volmachten, brieven, wisselbrieven, enz.
DE VOORMALIGE SINT MAARTENS KERK Dit gebouw, opgetrokken vanaf het eerste decennium van de XVIe eeuw heeft in zijn voorgevel een rondboog portaal met gecapitonneerde boogstenen, geflankeerd door granieten zuilen die rusten op consoles in volutevorm. Op de sluitsteen van de boog prijkt het door de hoorn des overvloed omstrengelde wapenschild van de stichters. Binnenin wordt de vroegere hoofdkapel van de hoofdbeuk gescheiden door een grote triomfboog, hersteld in 1598. De middenbeuk is overdekt met een tonggewelf met lunetten gebouwd in 1801. De tweede travee van deze beuk geeft toegang tot een andere ruimte waarin zich eertijds de kapel van O.L.Vrouw Tenhemelopneming ook genoemd "de los Palomares" bevond. Deze kapel werd gesticht in de beginjaren van de XVIIe eeuw. Uit deze vroegere parochiekerk werd het uitzonderlijk mooie retabel, met geschilderde panelen en gebeeldhouwde groepen uit Vlaanderen afkomstig, overgebracht naar de Sint-Jacobskerk en in de kruisbeuk opgesteld. Zowel deze kerk, toegewijd aan Sint Maarten, als het aanleunende hospitaal van San Pedro de los Arcos, werden in 1512 gesticht door Pedro de Ribera en Maria de Medina, hovelingen van de Katholieke Koningen. Aan de overzijde van de straat bevindt zich hun monumentaal stadspaleis, met wapenschild boven de hoofdingang. De voormalige hoofdkapel van de kerk, met een uniek mudejar gebinte, een duidelijk voorbeeld van het samenspel tussen de christelijke bouwtechniek van samenvoeging van houten elementen en de decoratieve ornamentiek van moorse oorsprong gebaseerd op geometrische lijnen. |
|||
|
|
||||
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||